Jaarplan: jaarraster en vorderingsplan

Het jaarplan is in de visie van de inspectie-begeleiding godsdienst een werkdocument. Om de leraren meer leerplangericht te doen functioneren wordt er verwacht dat zij het vorderingsplan bijhouden. In de leerplanvisie wordt er verwacht dat de leraren rekening houden met de beginsituatie van de leergroep en de actualiteit (van de klas, van de school, van de maatschappij) waarderen in het uitgetekende traject. Dit heeft voor gevolg dat een precieze jaarplanning niet mogelijk is. Wat betreft jaarplanning voldoen voor de inspectie twee documenten: Het jaarraster en het vorderingsplan (van het vorige jaar) worden in de school bewaard en worden ter gelegenheid van een klassenbezoek of vakvergadering besproken.

Het vorderingsplan

De uiteindelijk gevolgde weg wordt geconfronteerd met de doelen van het leerplan in het vorderingsplan. Dit document biedt een ondersteuning aan de leraar in zijn/haar reflectie op de afgelegde weg. Aldus kan de godsdienstleraar een evenwicht inbouwen t.a.v. de terreindoelen / ingrediënten van het raamplan (1999) en stappen in verband met de ontwikkeling in de vaardigheden opvolgen. In de werking met het nieuwe raamplan plant men de projecten per leergroep en houdt men de vorderingen van de realisatie van de terreindoelen bij alsook de stappen die in verband met de levensbeschouwelijke vaardigheden gezet werden.

Het jaarraster

Het vorderingsplan geeft aan in hoeverre de doelen gerealiseerd worden. Om de leraren inhoudelijk wat uitzicht op de te volgen weg te geven, is er een tweede document. In het jaarraster kan een leraar aangeven welke lessenreeksen, ingrediënten, multimedia, bijbelverhalen, gezien de terrein(doel)en voor het betreffende jaar, niet over het hoofd gezien mogen worden.

De leraar heeft dit jaarraster klaar ten laatste op 30 september. Het is een opdracht van de vakwerkgroep deze tegenover elkaar af te stemmen om aldus onnodige overlappingen te vermijden. De leraar volgt met zijn leergroep een levensbeschouwelijk parcours aan de hand van het jaarraster. Regelmatig evalueren en bevragen van de vraagstelling van leerlingen bij de onderwerpen is daartoe aangewezen. Onder druk van de actualiteit (van de samenleving – van de klas – van de school – van de Kerk) kunnen telkens koerswijzingen aangebracht worden. Maar steeds houdt men rekening met de terrein(doel)en van het leerjaar.