Forum & veelgestelde vragen

 

Via het speciaal e-mailadres preventie@vikom.be   kunt U specifieke vragen in verband met preventie- en veiligheidsbeleid op school stellen. Via bevraging van de leden van de stuurgroep proberen we daar zo snel mogelijk op te antwoorden. Indien stuurgroepleden niet zelf het antwoord weten, gaan ze op zoek naar passende info.

Hieronder bieden wij u de kans om via een forum uw vragen te formuleren. U ontvangt dan spoedig een antwoord.

Tip: zoek eerst alle kanalen van het internet of van de wetgeving af om zo mogelijk zelf het antwoord te vinden. Indien dat echt niets oplevert of indien u twijfelt aan de interpretatie ervan, dan kunt u gerust uw vraag doorgeven aan de stuurgroep.

Bekijk eerst de rubriek ‘veelgestelde vragen’, want misschien staat uw vraag er al bij, samen met het antwoord en de datum waarop het gegeven is. Let op: aangezien de wetgeving voortdurend verandert dient u erop te letten of het antwoord dat u hieronder vindt recent is en nog steeds van kracht is.

Veelgestelde vragen:

Waar vind ik basisinformatie over de wet 'Welzijn op het werk'?

De wetgeving is gepubliceerd in de 'De wet en codex over het welzijn op het werk', uitgegeven in juni 2012 en aan te vragen bij de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (FOD WASO). Het hoofdbestuur bevindt zich in de Ernest Blerotstraat 1 in 1070 Brussel. Tel: 02 233 41 11 - Fax: 02 233 44 88 - E-mail: fod@werk.belgie.be - Webstek: http://www.werk.belgie.be

Een andere website met heel wat nuttige informatie is die van de Federale Overheidsdienst Economie: http://economie.fgov.be/nl/ .

Ook  Katholiek Onderwijs Vlaanderen biedt op zijn website  nuttige informatie en documenten aan over welzijn op school, veiligheid en preventie: http://www.vsko.be of www.katholiekonderwijs.vlaanderen. De nieuwe contactpersoon (sedert november 2015) is Franky Wauters. 

Op welke websites vind ik de meest bruikbare informatie over vormingen rond preventie en welzijn?

De website van Coprant vzw  www.welzijn-op-school.be biedt niet alleen informatie over de vele vormingsinitiatieven waarvan ze (mede-)organisator is, maar ook over tal van aspecten in verband met de toepassing van preventie en veiligheid op school. Coprant vzw, onder leiding van Jan Van Ocken, organiseert bv jaarlijks een welzijnsdag voor het onderwijs, in samenwerking met de Universiteit Antwerpen.

Ook Prebes vzw organiseert geregeld opleidingen, o.a. een basiscursus preventieadviseur: http://www.prebes.be .

Andere informatie vindt u op  de website van het Vlaams parlement:

http://www.vlaamsparlement.be/vp/informatie/pi/informatiedossiers/veiligheid_school.html

Vragen en antwoorden interactieve workshop 'Welzijn op school' 9-11-2015

Heel wat interessante vragen werden gesteld en beantwoord op de interactieve workshop over Welzijn op school' die plaats vond op 9 november 2015 in DBOC in Oud-Heverlee. U vindt de lijst hierbij:

Risicoanalyse: welke methoden hanteren andere scholen?

Een risicoanalyse is geen eenvoudig begrip. Er zijn drie stappen in. Eigenlijk zijn we meestal alleen met de derde stap bezig: de inventaris van gevaren opstellen: welke producten zijn er op onze scholen, welke gevaren zijn risico’s en hoe evalueren we de risico’s? Voor de preventieadviseur is het eerste stuk van de risicoanalyse de inventarisatie van de gevaren. Dat is een intervisie, en denkoefening. Dat kan iedereen. Als je gevaren hebt gedetecteerd, kijk je samen met de persoon die daarmee werkt of het een risico is. Evaluatie wordt moeilijker. Daarvoor dien je een beroep te doen op de PA. Voor het onderwijs bestaat er een participatieve methode, SOBANE. Die is gratis te raadplegen maar wordt het best begeleid door een procesbegeleider (iemand die ervaring heeft met SOBANE).

Mag een PA2 (Preventieadviseur van niveau 2) een risicoanalyse uitvoeren?

Een technische risicoanalyse moet je overlaten aan experten. Voor schoonmaak bv kunnen ook mensen van de schoonmaakploeg een risicoanalyse maken, een turnleerkracht kan dat voor turnmateriaal: zij kennen de situatie het best. Iedereen moet zijn mogelijkheden en zijn grenzen kennen. Een risicoanalyse maken is een soort verzekeringspolis, je handelt als een goede huisvader. Het is hier belangrijk om aan te geven dat een risicoanalyse de taak van de werkgever is. Hij zal expertise inhuren indien nodig. De interne preventieadviseur heeft ongeacht het niveau vaak samen met de uitvoerder (op wie de risicoanalyse van toepassing is) een goed idee van de gevaren en de risico’s (op basis van de omstandigheden (risicoverhogende en risicoverlagende factoren). Expertise kan ingeroepen worden bij complexe situaties (elektrische installatie, brandpreventie, psychoscoiale aspecten,…).

Oma’s en opa’s komen op school de kinderen halen. Een oma valt en heeft een ernstig ongeval. Is dat iets voor de schoolverzekering indien de val niet te wijten is aan een onveilige situatie zoals een kapotte trap?

In dat geval kan men geen beroep doen op de schoolverzekering.

Een leerling is aan het voetballen en trapt de bril van de neus van een mama of oma die de kinderen komt halen. Gevolg: kapotte bril.

Dat valt binnen de polis BA Schoolverzekering.

Vrijwillige ouders werken in de schooltuin. Bij een ongeval, dekt de schoolverzekering dit?

Ja, op voorwaarde dat deze ouders ingeschreven zijn als vrijwilliger. Een seintje vooraf aan de verzekering is ook altijd een goed idee.

Mag je een groepje lln alleen op pad sturen met bv. 2 mama’s die de kinderen begeleiden op een zoektocht (tijdens schooluren en een schoolse activiteit)?

Dat wordt gedekt via het vrijwilligersstatuut – in opdracht van de werkgever. Daar dien je ook de nodige documenten voor in te vullen.

Is een vzw verplicht om een centrale preventiedienst op te richten of is het globaliseren van de jaarverslagen van de Technische Bedrijfseenheden (TBE’s) als minimum voldoende?

Elke werkgever is verplicht een interne dienst op te richten. Bij verschillende bedrijfseenheden is er in principe per vestiging een preventiedienst nodig. Men laat toe dat één van de twee of drie ook globaal is. Indien er bv twee bedrijfseenheden zijn en toch maar één  centrale dienst, dan kan het zijn dat FOD WASO dat aanvaardt, indien blijkt dat dat personeelslid voldoende middelen en tijd heeft om die opdracht uit te voeren en als er ook contact is met de leidinggevenden van de twee bedrijfseenheden. Als het werkt en de doelstellingen bereikt worden, dan is de FOD WASO tevreden.

Een kleuterleerkracht is zwanger en wil blijven werken. Kan dit nog in 2016? Moet ze naar de arbeidsgeneesheer als de externe diensten in hun risicoanalyse bepalen dat alle kleuterjuffen die zwanger zijn thuis moeten blijven? Wat is dan de meerwaarde? Dat is een grote kost voor de scholen en dan toch niet meer nodig?

Belangrijk is het moederschapsbeleid; dat wordt bepaald door de werkgever op basis van de risicoanalyse, niet door de arbeidsgeneesheer. Men moet voorzichtig blijven want er zijn veranderingen op til. Er zijn nog andere onderwijskrachten, naast de kleuterjuffen, die risico’s lopen, bv mensen in het buitengewoon onderwijs die geconfronteerd worden met de risico’s van agressie. De risicoanalyse moet op voorhand gemaakt worden en het beleid ter zake dient consequent te zijn. Wel zijn er individuele afwijkingen mogelijk op basis van medische gegevens. Er moet een algemeen beleid zijn en men moet zich afvragen of er voor een specifieke werkneemster extra bescherming nodig is of niet (bv via aangepast werk). Wat wel nodig is: de werkneemster moet zo spoedig mogelijk haar zwangerschap melden aan de werkgever en die moet haar naar de arbeidsgeneesheer sturen. Waarom dat laatste echt nodig is als het beleid zo is dat zwangere kleuterjuffen sowieso thuis moeten blijven, kan inderdaad in vraag gesteld worden. Het probleem is vaak dat niemand kan garanderen dat er geen herbesmetting komt, zelfs als heeft het zwangere personeelslid antistoffen. De handhygiëne in kleuterscholen is helemaal anders dan in de andere onderwijsniveaus.

In principe dient er sprake te zijn van beroepsrisico’s om in aanmerking te komen voor verwijdering. Personeelsleden die NIET onderworpen zijn aan een periodiek medisch toezicht MOETEN niet naar de arbeidsgeneesheer gestuurd worden. Als ze van mening zijn dat hun werk impact heeft op het normale verloop van de zwangerschap, mogen ze eventueel wel een consult bij de arbeidsgeneesheer aanvragen.

Als een kleuteronderwijzeres zwanger is en beschermd dient te worden heeft de directeur in principe twee keuzes:

1/ of hij zoekt een andere aangepaste opdracht zonder gevaren (maar kan dan geen vervanger aanstellen in de opdracht die de kleuterleidster oorspronkelijk vervulde)

2/ of hij mag een interimaris zoeken in de plaats van de zwangere juf die dan thuis blijft voor 9 maanden (deze zwangere juf wordt dan wel volledig doorbetaald)

Vraag: waarom mag die zwangere juf, die toch volledig betaald wordt, dan geen andere, lees veiligere, zonder gevaren, administratieve … job op school uitvoeren?

De vraagsteller kreeg veel bijval. Het is een terechte vraag die de overheid dient te beantwoorden.

Er zijn geen 2 maar 3 mogelijkheden:

Het is de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer die de beslissing tot verwijdering uit het risico neemt, rekening houdend met de specifieke omstandigheden.

De werkgever neemt de beslissing tot verwijdering uit het werk, d.w.z.:

in eerste instantie werkaanpassing door preventieve maatregelen te nemen;
in tweede instantie passend ander werk (overplaatsing, functiewijziging of wijziging van betrekking). Dat kan enkel met respect voor de geldende rechtspositieregeling. Er moet nagegaan worden of er binnen de eigen instelling betrekkingen beschikbaar zijn waarin de zwangere werkneemster tewerkgesteld kan worden of dat er gewisseld kan worden met een collega. De werkgever brengt het personeelslid op de hoogte van alle gevolgen van de wijziging van de betrekking. De opdrachtswijziging moet meegedeeld worden aan het werkstation;
in derde instantie desnoods tijdelijke vrijstelling van arbeid. In de lestijden/uren waaruit het personeelslid verwijderd wordt, kan een interim geplaatst worden.

Wat met een leerling die tijdens de speeltijd de praktijkzaal hout binnen glipt en er bij het in werking zetten van een zaagmachine waarvan de afschermkap ontbreekt, een vinger verliest?

Er zijn in dat geval verschillende overtredingen gebeurd: de leerling mag niet binnen kunnen glippen, het lokaal dient afgesloten te zijn. Het is aangewezen dat de stroom in technische lokalen met een centrale schakelaar afgezet kan worden. De cirkelzaag was blijkbaar niet in orde. De verantwoordelijkheid ligt bij de leerkracht, niet bij de school, tenminste als de leerkracht van de school de middelen heeft gekregen om het lokaal af te sluiten.

Wat met de poetsvrouw van een externe poetsfirma die van een defecte (niet gekeurde) ladder valt die eigendom is van de school? Valt dit onder de welzijnswet? De poetsvrouw is immers geen werknemer van de school.

De welzijnswet stelt dat iedereen die onder het gezag werkt van de school (dwz als de school bepaalt wat je moet doen, wanneer, hoe en met welke middelen) gelijkgesteld wordt met een werknemer van de school.

Is het boekje (brochure) “buitenspelen”, uitgegeven door VVKBaO, nog steeds conform de huidige regelgeving qua veiligheid op school?

Dat boekje is nog altijd goed bruikbaar.

In welke zin is een preventieadviseur beschermd en omgekeerd, hoe kan een werkgever een preventieadviseur uit functie zetten?

De PA is een werknemer en de werkgever beslist over zijn eventueel ontslag. De bescherming die de PA geniet is alleen verbonden aan wat hij doet in zijn functie van ‘advies geven rond preventie en welzijn op school'. In het onderwijs is PA geen ambt. Het aanstellen en afdanken dient via het Comité te verlopen. Als er geen akkoord is, dan komt FOD WASO tussen. Als de PA tekort schiet en het Comité gaat akkoord met de werkgever om tot ontslag over te gaan, dan is de procedure eenvoudig.

Organisatie IDPBW – hoe wordt in kader van beleid op school de organisatie van de IDPBW best gestructureerd (>200 werknemers). Een centrale dienst - technische bedrijfseenheden, hoe? – CPBW per school, per TBE?

De structurering en organisatie verlopen het best per technische bedrijfseenheid (TBE). In de wetgeving is duidelijk bepaald wanneer er basiscomités worden georganiseerd. Het syndicaal overleg wordt door de overheid geregeld. Kijk dus naar de wettelijke bepalingen.

Hoe wordt een A B C - school bepaald? Per vestiging, per schoolnummer, secundair of lagere school, of per ……

Dat heeft te maken met de indeling in risicoklassen: bedrijf met groot risico = A, met matig risico = B en laag risico = C. Hoe groter het risico, hoe meer beslagen de preventieadviseur moet zijn. Twee elementen bepalen het risico: wat het bedrijf doet en hoeveel werknemers er zijn. Met bedrijven wordt bedoeld: vzw’s of technische bedrijfseenheden. De berekening van de FTE staat in de wetgeving.

Wat met leerlingen die medicijnen nemen zoals rilatine? Mogen die op een hoogte werken/met machines? Hoe ons beveiligen t.o.v. een ongeluk met zulke leerlingen – moet dit in het schoolreglement – moeten we ouders een document laten ondertekenen?

De geneesheer bepaalt dat en geeft een advies. Ook het CLB dient er bij betrokken te worden.

De overheid is eigenlijk onze werkgever. Zij legt ons de taak op om voor preventiebeleid in te staan. (= delegeren) Zij stelt ons echter niet de middelen ter beschikking om dit goed te kunnen uitvoeren. (geen euro, geen uur). Vraag: kan de overheid dan niet in gebreke gesteld worden? Kan zij dan van de scholen een degelijk preventiebeleid verwachten en het dan ook nog controleren (inspectie)?

De overheid betaalt de scholen en treedt op zoals een interimkantoor dat een interim-kracht betaalt. In dit geval wordt de leerkracht niet betaald door wie hem tewerkstelt, maar de welzijnswet bepaalt wel dat die er onderhevig aan is. Het heeft dus niet te maken met wie de rekening betaalt. De overheid vergoedt ons voor een minimale dienstverlening. Alles wat erbij komt, zit in een overheadenveloppe, waarbij de overheid geen kleur bekent. Wat we aan het ene besteden kunnen we niet aan iets anders besteden. Er is wel iets van aan dat de overheid de scholen twee maal gijzelt…

Vertrouwenspersoon:

1 Volstaat het om 1 vertrouwenspersoon aan te stellen per scholengemeenschap? (vb. voor 5 scholen en ongeveer 70 werknemers)?

Dit staat het principe van vertrouwenspersoon een beetje in de weg. Vaak zal deze persoon immers sterk gelinkt zijn  met één van de 5 scholen. Om dan vertrouwen te hebben vanuit een andere school, zal dit niet evident zijn. Je zal merken dat dan vlugger naar de PAPS gestapt zal worden (preventieadviseur psychosociale aspecten van de externe dienst).

2 Zijn de zeer dure tarieven voor opleiding ook vastgesteld? (gelijk bij alle externe diensten)

De duur van de opleiding is vastgelegd op 5 dagen. De prijs wordt bepaald door de organisator zelf. Ik vermoed dat de prijzen redelijk aan elkaar gewaagd zijn.

3 Waarom worden er geen middelen vrijgemaakt door de overheid, om die te bekostigen?

Daar heb ik (Jeroen Aussems) geen antwoord op.

4. Wanneer wordt de preventieadviseur eindelijk erkend? Krijgen de scholen daar extra punten voor op niveau scholengemeenschap?  

Ook dit is eerder een vraag voor het departement Onderwijs. Van extra punten is er voorlopig geen sprake.

Het verrast mij dat we op deze interactieve workshop alleen maar mannen aan het woord horen … zelfs op de presentatie van Pieter De Munck zag ik alleen maar mannen. Kan daar iets aan gedaan worden?

Een job in preventie wordt door de buitenwereld nog altijd vaak gezien als “een mannenjob”. Tegenwoordig zijn ook veel vrouwen werkzaam in deze sector. Op de interactieve workshop waren er verschillende vrouwen aanwezig die diensthoofd zijn van een grote interne dienst.

Vraag aan Jeroen Aussems: Op welke manier kunnen schoolbesturen samenwerken rond welzijn op school in een bepaalde regio?

Vanuit Groep IDEWE willen we als externe partner mee helpen aan de samenwerking tussen scholen op scholengemeenschaps- of scholengroepsniveau. Het is onze intentie om gemeenschappelijke thema’s op scholengemeenschapsniveau te brengen en uit te rollen. Er zijn al verschillende voorbeelden van deze werking aanwezig (regio Leuven – Brussel: Scholengemeenschap Zoniën, Scholengemeenschap Drieklank, Don Bosco,…).

Daarnaast is het onze intentie om regionale focusgroepen op te richten. In deze groepen zitten vertegenwoordigers van de scholen (directies, preventieadviseurs, leden van de inrichtende macht) om samen thema’s aan te snijden. Zo moet niet iedereen het warm water uitvinden en kunnen ervaringen gemakkelijk gedeeld worden.

Vragen die in de uitnodiging als voorbeelden werden weergegeven:

Mama’s gaan vrijwillig mee naar de zwemles voor toezicht en er gebeurt iets;

Als de mama’s zijn ingeschreven als vrijwilligers en onder het ‘gezag’ staan van de school (dwz dat het schoolbestuur of de directeur bepaalt wat ze moeten doen, wanneer, hoe en met welke middelen), dan vallen ze onder dezelfde regeling en bescherming als werknemers.

Leerkrachten en ouders of partners frissen tijdens de vakantie vrijwillig enkele klaslokalen op, maar er gebeurt een ongeluk, bv met een stelling die van thuis is meegebracht;

Idem vrijwilligers.

Een leerkracht klaagt de directeur/het schoolbestuur aan wegens pesterij omdat hij jaar na jaar een moeilijk lesrooster krijgt;

In de wetgeving is duidelijk omschreven welke stappen mogelijk zijn.

Het (secretariaats)personeel klaagt over te weinig aandacht voor ergonomie;

Externe diensten beschikken over een preventieadviseur-ergonoom. Zij kunnen hiervoor ingeschakeld worden indien de preventieadviseur van de school zich in dit onderwerp niet thuis voelt.

Mag een leerkracht zelf een zekering terug opzetten als die uitgevallen is? En een lamp vervangen?

Er bestaan strikte richtlijnen rond: zie KB elektrische installaties van 4/12/12 en de reglementering rond BA4 en BA5.

Je stelt vast dat personeel van de ingehuurde, externe poetsfirma zich niet houdt aan het rookverbod of dat de dakwerker nonchalant omgaat met de veiligheidsvoorschriften (bv valbescherming aan de dakrand)…

Als de hiërarchische lijn de facto het ‘gezag’ uitoefent (zie definitie hierboven)  over die externe werknemers, dan vallen die onder dezelfde regeling als eigen werknemers.

Mag een leerkracht een zieke leerling met de auto naar de dokter brengen of zelf leerlingen meenemen naar een uitstap?

Een leerkracht kan beschouwd worden als deel uitmakend van de hiërarchische lijn als hij voor een bepaalde opdracht het gezag uitoefent en daar ook de middelen voor krijgt.

 

 

 

 

 

Geen antwoord op uw vraag?